Restauratie
Herstellen van een album met oorspronkelijke materialen in de vroegere toestand, waarbij gestreefd wordt naar het in stand houden van het oorspronkelijke album en de originele staat zoveel mogelijk te benaderen. (deelgebied Verzamelen)

Revival
Een superheld met zijn specifieke gaven welke sinds jaren niet meer in comics heeft opgetreden, staat voor een tweede periode in de belangstelling en krijgt door een nieuwe tekenaar en scenarist een facelift waardoor zijn populariteit terug keert. (deelgebied Superhelden Aspecten).

Ridderroman
Subgenre van historische strip waarin een stand van geharnaste met slagwapens uitgeruste strijders, hogere ridderidealen nastreven in een vaak niet gedetailleerde periode met tijdsverdichtingen in het verhaal.

Ritme
Het ritme wordt bepaald door de plaatjes op een plaat (verhaalritme) en de snelheid van het lezen (leesritme). Het verhaalritme van een scène welk wordt bepaald door beeldformaat, beeldopbouw, bladschikking en hoeveelheid tekst. Het weglaten vallen van beelden of extra toevoegen ervan vertraagd of versneld het ritme in het verhaalverloop. (deelgebied Montage)

Robotfighters
Subgenre van Science fictionstrip waarin robotten de hoofdrol spelen en analoog zijn aan een superheld en superschurk. Een groep robots kan zich naar een andere vorm of wapen veranderen en staan bekend als "The Transformers".

Ruimte van het verhaal
De omgeving waarin het verhaal zich afspeelt (type, locatie, geografisch enz.) (deelgebied Verhaalopbouw)

Sage
Een beeldverhaal gebaseerd op volksoverleveringen welke een heldengeschiedenis vertelt, handelend over koningen, dwergen, reuzen en monsters; veelal met een historische inslag ( aan een bepaalde plaats en tijd gebonden), realistisch van opzet en met een pessimistische inslag (helden gaan ten onder). (deelgebied Verhaalvorm)

Samourai-strip
Subgenre van Cultuurvolkenstrip met een vertelling over de kaste van Japanse zwaardvechters (erfelijke militaire dictatuur 1192 - 1867) en hun idealen en gebruiken, die trouw zweerden aan de Shogun (militair leider) of Daimio (leenheer).

Scenario
Schema van opeenvolgende scènes in een verhaal, die samen een bedrijf vormen en waarmee in een reeks een afgerond verhaal verteld wordt. Het uitgewerkte verhaal in geschreven of geschetste vorm, zodat de presentatie zeer dicht de uiteindelijke vorm van de strip benadert (paneelbeschrijving, script). (deelgebied Scenario)

Scène
Afgerond fragment van de handeling ( bv. 1e bedrijf, 2e scène) van een verhaal / theaterstuk. In principe ontstaat er steeds een nieuwe scène wanneer het zich op het toneel bevindende aantal acteurs door opkomen of afgaan een wijziging ondergaat. (deelgebied Verhaalopbouw)

Scèneovergang
De manier waarop een scènewisseling in beeld wordt gebracht, bv. zonder dat er een breuk optreedt doordat het eindbeeld van een scène een grote overeenkomst heeft met het beginbeeld in de volgende scène. (deelgebied Verhaalopbouw)

School
Stijlverwantschap, het navolgen van de stijl van een andere meestertekenaar of van onderdelen van die stijl. (deelgebied Genreleer)

Schrijversgids
Handleiding waarin een auteur alle technieken en tips kan vinden om een strip te kunnen schrijven, tekenen en publiceren. (deelgebied Vakliteratuur - Handboek technieken)

Secundaire Literatuur
Alle stripgerelateerde informatief drukwerk dat zelf geen beeldverhaal of losse afbeelding is, maar er wel overeenkomsten mee kan hebben; zoals vakliteratuur, randliteratuur, geïllustreerd verhaal, kinderprentenboek, fotoroman, pop-up album, mutoscoopboekje, reisgidsen, agenda's, kalenders, gelegenheidsdrukwerk, karakterreclame, filmeditie, chromoalbum (zie Verzamelobjecten); eventueel ook als bron of onderwerp van studie. (deelgebied Secundaire literatuur)

Semantiek
Betekenisleer. Leer van de betekenis die kan worden toegekend aan de symbolen, elementen van systemen die kunnen worden beschouwd als een taal, vanuit de literatuur in de jaren 1960's geïntroduceerd in de kunstgeschiedenis (zie Betekenisleer).

Semantische relaties
Inhoudelijke verbanden (verwijzingen) tussen tekst en beeld, waardoor nieuwe betekenissen ontstaan en op een nieuw verhaalniveau verteld kan worden d.m.v. een bewust gebruik van hoeveelheid tekst, lettertype, de scheiding of integratie van tekst en beeld enz (Baetens). (deelgebied Beeldrelaties)

Semiologie
Betekenisleer van beeldregie en verhaalopbouw m.b.t. beeldgrammatica, beeldsyntaxis, beeldomlijning en scenariostructuren (Kousemaker)

Sfeerscène
Een beschrijvende scène waarin meestal actie en beweging afwezig is, het verhaalritme is traag, bepaalde beelden worden herhaald of het onderwerp wordt vanuit verschillende camerastandpunten belicht, veelvuldig gebruik van totaal en halftotaal beelden. (Wauters) (deelgebied Compositie)

Signeerschets
Een tekening in potlood, inkt of viltstift, (eventueel ingekleurd) met een stripvoorstelling welke speciaal is gemaakt voor een fan in een album, schetsboek of op een los vel papier, gedateerd en gesigneerd en meestal op naam gesteld (zie Original Artwork).

Slappe kaft
zie Ongekartonneerd

Small Press
Striptijdschriften die zijn gemaakt en uitgegeven door amateurtekenaars, die veelal de gekopieerde boekjes zelf aan de man brengen.

Spaarnestad School
Stroming van een groep tekenaars met als belangrijkste vertegenwoordigers Harry Balm, Bert Bus en Nico van Dam die voor de Uitgeverij De Spaarnestad werkten aan het weekblad Sjors van de tweede helft jaren vijftig tot 1967, de ontbinding van de Spaarnestad Studio.

Spanningsopbouw
Verhaaltechnieken waarbij de auteur de lezer nieuwsgierig maakt of spanning opwekt door het gebruik van flashback / flashforward, doseren van informatie, wisselen van vertelperspectief, alleen gebruik van ik-perspectief of schrijvers-perspectief. (deelgebied Verhaalopbouw)

Splitpanel
Een aantal verticaal of horizontaal naast elkaar geplaatste beelden, welke een geheel vormen door het doorlopende decor, waardoor het ritme vertraagd wordt (vergelijk Travelling). (deelgebied Compositie)

Spread
De twee tegenover elkaar liggende pagina's in een open geslagen stripalbum, een retro-verso zij voor en achterzijde van een vel papier. (deelgebied Beeldregie)

Sprookjesstrip
Subgenre van Fantasystrip met een vertelling waarin wezens voorkomen die in volksoverleveringen voorkomen, zoals elfen, heksen, geesten in flessen, reuzen, feeën en sprekende dieren; en waarin het goede beloond en het kwade op wrede wijze bestraft wordt, niet gebaseerd op een historische gebeurtenis en volledig verzonnen. Het Sprookje is idealistisch-optimistisch van karakter en vertoond een verzoenend slot.

Staat
Toestand van een album, welke minder wordt door aantasting door het gebruik, chemische, klimatologische en biologische invloeden. Te onderscheiden gradaties: Nieuwstaat (mint), Zeer goed, Goed, Matig, Slecht, Zeer slecht. (zie Grading, conserveren) (deelgebied verzamelen)

Stijl
De manier waarop de tekenaar zijn afbeelding grafisch vorm geeft. Naast de persoonlijke stijl kennen we nog de stijl van een land, tijdperk of school. Een verzameling eigenaardigheden die de verschillende strips, stripscholen of stripgenres van elkaar onderscheidt naar tekentechnische aspecten of naar inhoud en betekenis, bij de laatste meestal de verschijningsvorm van de gehanteerde stereotypen. De tekenstijl kan beschreven worden aan de hand van een aantal tegenstellingen: figuratief versus abstract, gedetailleerd versus vereenvoudigd, licht versus donker enz. (Baetens, Kousemaker) (deelgebied Genreleer)

Stopstrip
Subgenre van Vormgerichte indeling waarbij in een strookje van 3 tot 4 plaatjes zonder tekst een visuele grap wordt verbeeld, meestal als dagstrip in een krant.

Strip-Noir
Genre Hoofdgroep van misdaadverhalen die door hun genuanceerde zwart-wit belichting een somber en decadent beeld geven over de nobelheid van de menselijke inborst, waarin een man door een "femme fatale"met zijn duistere verleden wordt geconfronteerd.

Stripfiguurstudie
Hoofdcategorie van Referentie literatuur met beschouwingen over een stripfiguur of stripreeks, nieuwsfeiten en allerlei detaillistische informatie voor de ware stripfanaat. beschouwing, fantasygids, wetenswaardigheden, editie-onderzoek, citatenboek.

Stripgeïnteresseerden
Eenieder die belangstelling heeft voor stripverhalen zoals striplezers, stripliefhebber, stripkenner, stripjournalist, striphistoricus, striptheoreticus, stripsocioloog, stripverzamelaar. (deelgebied Stripgeïnteresseerden)

Stripgevelroute
Evenementen met een routebeschrijving langs blinde gevels van huizen die beschilderd zijn met immens grote afbeeldingen uit een beeldverhaal of met bekende stripfiguren, zoals in Brussel of Antwerpen.

Stripkritiek
Hoofdcategorie van Referentie literatuur met kritische verhandelingen over stripalbums, secundaire literatuur, stripevenementen, stripcultuur en stripklimaat. Te onderscheiden zijn de categoriën: Jaarboek, recensie album, recensie secundaire literatuur.

Stripologie
Wetenschap welke het beeldverhaal bestudeert in al zijn aspecten, onderverdeeld in historische analyse, ontwikkelingsgeschiedenis, animatiegeschiedenis, ideologisch-kritische analyse, taalkundige analyse, striptheoretische analyse, semiologische analyse, sociologische analyse, psychologische analyse, structuur analyse, culturele analyse, referentie analyse, marktonderzoek, genreleer, terminologie, didaktiek. (deelgebied studie)

Strippsychologie
Onderzoek naar het communicatieproces tussen de auteur en de lezer en het effect van de boodschap op de lezer, individueel of collectief. Hier binnen zijn te onderscheiden de zender, de boodschap, het proces, de ontvanger, de feedback:
1. psychologie van de auteur.
   De visie van de auteur zoals deze zich heeft ontwikkeld blijkens
   zijn/haar gehele oeuvre, bv. wereldbeeld, politieke overtuiging,
   positie van de vrouw / man, waarden en normen.
   (vergelijk: Stromingen, Ideologisch-kritische analyse))
2. psychologie binnen vorm en  inhoud.
   De psychologische ontwikkeling van stripfiguren en de analyse van
   de drijfveren van hun handelen. Alsmede betekenisleer ( bv. iconen,
   collectieve beelden, kleurgebruik), de boodschap (entertainment,
   educatief, informatief, propaganda), toegepaste thematiek (bv.
   geweld, erotiek, stereotypen).
   Door de unieke combinatie van grafische en narratieve technieken,
   beeld en beeldregie is de informatie overdracht via stripverhalen
   veelzijdig en kan uitermate effectief toegepast worden.
3. psychologie van het communicatie proces.
   Hoe inhoud en overbrengingsmethode de ontwikkeling van de lezer
   beinvloedt. Het sturen van de interpretatie van de lezer/kijker, zoals
   beïnvloeding of manipulatie. Hierbinnen spelen ook onbewuste en
   onbedoelde betekenissen een rol. (vergelijk: beeldtaal).
4. psychologie van de lezer.
   De manier waarop de lezer de inhoud opneemt: leren
   vormkenmerken interpreteren, informatie opname, leesritme,
   identificatie met hoofdpersoon (viewer identification), interpretatie.
5. psychologie van interactie  auteur / inhoud en lezer.
   De interactie tussen de lezer en de inhoud, bv. proces van
   betekenistoewijzing.
Sociologisch gezien heeft strippsychologie tot vele vooroordelen over het medium strip geleid (zie: vooroordelen).

Stripstudie
Een onderzoek met een gerichte vraagstelling, waarin het beeldverhaal als medium aan de hand van specifieke voorbeelden op wetenschappelijke wijze wordt geanalyseerd. Studierichtingen in de stripologie (comicology) zijn:  historische analyse, ontwikkelings analyse, animatiegeschiedenis, taalkundige analyse, ideologisch kritische analyse, striptheoretische analyse, semiologische analyse, sociologische analyse, psychologische analyse, structuur analyse, culturele analyse en reflectie analyse, markt analyse, genre analyse, terminologische analyse, didaktisch onderzoek. (zie verder betekenisleer, compositie, striptheorie, analyse, theoretische benadering, authenticiteit, stromingen, secundaire literatuur, curiosa, tijdsbeeld, gezinsstructuur enz.)
Binnen de referente literatuur omvat Stripstudie de categorien Thesis, Lezingen en Leerboeken.

Striptheorie
Referentie literatuur. Studie in de stripologie met een theoretische verhandeling over de toepassing van vormkenmerken en structuren van het beeldverhaal, in samenhang en betekenis, en daaruit conclusies trekt voor het beeldverhaal in het algemeen.(zie ook betekenisleer, structuuranalyse) (deelgebied Studie)

Structuur Beeldregie
Inwendige bouw van een beeldverhaal m.b.t. de onderlinge samenhang van panels die handelingen laten zien en een tijdsverloop suggereren door hun formaat, perspectief, camerastandpunt, kleurgebruik, compositie en andere beeldtechnieken (semiologie). (deelgebied Structuur Beeldregie)

Structuur Verhaalopbouw
Inwendige bouw van een beeldverhaal m.b.t. scenario, tekst, stripfiguren, verhaalvorm, interne wereld en andere verhaaltechnische aspecten. (deelgebied Verhaalopbouw)

Subreeks
Een zelfstandige stripreeks waarvan de verhalen zijn gebaseerd op een stripfiguur (hoofdpersoon, een nakomeling of voorouder ervan, of een figuur uit de vaste kern) uit een andere reeks en chronologisch met elkaar verbonden zijn. (deelgebied stripreeks)

Super Deformed
Een tekentechnischestijl in manga waarbij de stripfiguren door een overdreven groot hoofd extra schattig worden weergegeven.

Taalkunde
Deelgebied van Stripstudie waarin het gebruik van taal en communicatie in stripverhalen wordt bestudeerd: vertalen, onomatopee,  integratie tekst-beeld, tekst-beeld verhouding, grafische striptaal.      

Talking heads
Beeldregie waarbij de hoofden van een of meer converserende stripfiguren in close-up samen of afwisselend in een kader zijn opgenomen met een tekstballoen, zonder of met een minimale achtergrond en zonder wisseling van gezichtspunt, waardoor de strip statisch over komt. De auteur brengt via tekst op een eenvoudige, arbeidsbesparende wijze veel informatie over, maar de lezer kan door een te frequent gebruik van deze beeldregie het stripverhaal eentonig en saai vinden. (deelgebied Beeldregie)

Tekentechnische stijl
Karakteristiek gebruik van tekentechnieken door een bepaalde auteur, waarbij gebonden aan de mogelijkheden en beperkingen van de techniek, de tekenaar zelf kenmerkende stijlelementen in beeld brengt. (deelgebied Stromingen)

Tekst
Alle verbale elementen in een strip die kunnen worden onderscheiden in tekststroken (ook tekstpanel en tekstblokken), balloens en onomatopeeën en in woord gevatte uitingen in de fictieve wereld (teksten in kranten, op muren enz.) (Baetens) (deelgebied Taal)

Tekstballoen
Een omlijnde ruimte, meestal bestemd voor een fragment uit de dialoog, dat blijkens een aan de ballon bevestigd aanhangsel "staartje", "lusje" of "doorntje" behoort bij een bepaalde figuur of een bepaald voorwerp, met een logische leesvolgorde tussen balloens onderling (phyllactère). (Kousemaker)  (deelgebied Taal)

Tekstblok
Tekst die buiten het kader onder het plaatje staat, variërend van een eenvoudig rijmpje of een simpele mededeling tot een uitgebreide, literair getinte vertelling. Ondertekststrip is de klassieke vorm voor de Nederlandse krantenstrip (ondertekst, bijschrift).  (Kousemaker) (deelgebied Taal)

Tekststrook
Tekst die apart is ingekaderd binnen een panel (plaatje) welke alle uitingen van de verteller omvat, vaak als tijd- of plaatsaanduiding, noodzakelijke basis informatie of uitleg over technische details en het verklaren van vaktermen (récitatif, narrative box, voice over). (deelgebied Taal)

Tempo
zie Ritme

Terminologie
Begripsbepaling in een bepaald vakgebied waarbij begrippen op een eenduidige manier worden geformuleerd. (deelgebied Taal)

Têteologie
Tekentechniek gebaseerd op studie van gezichtsexpressies, met het principe dat de som van de onderdelen groter is dan het totaal.

Tijdsbeeld
Kenmerkende beschrijving van een bepaald tijdperk. De in die periode algemeen geldende opvattingen, mode, populaire muziek, politieke denkbeelden, technologische ontwikkelingen enz. waardoor veroordelen vanuit moderne opvattingen misplaatst is, maar waar ook ieder een eigen verantwoordelijkheid in draagt. (deelgebied Interne wereld)

Tijdschriftbijlage
Speciale, meestal wekelijkse stripbijlage van een dagblad en incidenteel van striptijdschriften of reguliere tijdschriften. (deelgebied Tijdschrift)

Tijdschriftspecial
zie Hors editie

Tijdsprong
Een onderdeel in de verhaalopbouw waarbij een ruim tijdsverschil wordt aangegeven tussen twee naast elkaar liggende plaatjes, ookwel ellips(scènewisseling). Het tijdsverschil kan worden aangegeven door een tekststrook, vormgeving van het kader, ander kleurgebruik, kleur van de goot enz. (vergelijk flashback, flashforward) (deelgebied Verhaalopbouw)

Tijdsverdichting
Het verschijnsel dat voorwerpen, personen en/of gebeurtenissen uit verschillende geschiedkundige perioden gelijktijdig in een scenario voorkomen, waardoor de lezer een verkeerde voorstelling van zaken van het tijdsbeeld voorgeschoteld krijgt. (deelgebied Scenario)

Titelgegevens
Een verzameling van unieke gegevens waaraan een boek kan worden herkend: de titel, de auteur, de uitgever, de drukker, jaar van uitgifte, druk ISBN - ISSN - EAN nummer, meestal opgenomen in het colofon.

Toonder School
Stroming bestaande uit een groep tekenaars die hun opleiding volgden bij de Toonderstudio, welke de belangrijkste invloed op de nederlandse tekenstijl en -stripverhaal heeft. Marten Toonder kan ook gezien worden als de grondlegger van de Hollandse School (Fuchs)

Totaalbeeld
Distant Shot of Plan General, een opname van een zeer verre afstand en dat een groot decor toont, als een situering en omschrijving van het decor waarin het verhaal zich zal ontwikkelen, waarbij personen te klein zijn om goed te kunnen zien (Baetens) (deelgebied Beeldopbouw)

Travelling
Suggereren van tijd en beweging in de strip doordat de camera met een personage meeloopt. De camera maakt een (meestal) horizontale beweging ten opzichte van het motief. Er ontstaan zodoende twee of meer prenten naast elkaar, waarbij de achtergrond doorloopt. De personages worden mee gevolgd en het decor als het ware meegenomen (Wauters). (deelgebied Montage)

Undergroundstrip (a)
Subgenre van Politiek Maatschappelijke strip waarin de auteur zich op humoristische en confronterende wijze afzet tegen de geldende opvattingen met onderwerpen, zoals in de jaren 1960's over de seksuele revolutie, vaak een onderstroomstrip uitgegeven in de small-press.

Universum
De groep superhelden en superschurken die bij een bepaalde uitgeverij behoren, welke in een zelfde soort interne wereld zijn gesitueerd. (deelgebied Superhelden aspecten)

Vakliteratuur
Zie Referentie literatuur.

Vaste Kern
Een groep vaste stripfiguren rondom de hoofdpersoon die regelmatig in de serie optreden en de hoofdpersoon de motivatie verschaft voor het avontuur. (Kousemaker)

Verhaallijn (a)
Een verhaal dat verteld wordt door het volgen van een bepaald beeldfragment, er kunnen meer verhaallijnen binnen een beeldverhaal gelezen worden door de verschillende beeldfragmenten de volgen. bv de gebeurtenissen rond de hoofdpersoon, een bijfiguur, een voorwerp, een kleur enz.  (deelgebied verhaalopbouw)

Verhaallijn (b)
Een onderdeel van het plot welke verschillende verhaallijnen of scenariolagen kan bevatten en elk op een andere manier het verhaal vertellen, zoals een lijn met de belangrijkste gebeurtenissen of grapjes voor een leeftijdsdoelgroep of een symbolische verhaallijn. (deelgebied Scenario)

Verhaaltechnische stijl
Stroming met een karakteristieke manier van vertellen door een bepaalde auteur, waarbij los van mogelijkheden en beperkingen van traditionele scenarioschema's de auteur zelf kenmerkende wendingen en thema's toevoegt en persoonlijke opvattingen tot uitdrukking laat komen.

Verkorting
Een optisch vertekend beeld dat optreedt wanneer de kijker in het verlengde van een (lang) voorwerp staat en het dichtsbijzijnde deel van het voorwerp groter waarneemt dan het verstverwijderde deel .(deelgebied tekentechniek)

Versie
De manier waarop hetzelfde verhaal op een andere wijze verteld kan worden met inhoudelijke verschillen in het scenario te opzichte van eerdere uitgaven, waarbij de intrige onveranderd is gebleven. (deelgebied Stripreeks)

Versnijden
Uitgevertechniek waarbij oorspronkelijke platen opnieuw worden gemonteerd, waarbij soms gedeelten van panels wegvallen om de strip aan te passen aan een andere verschijningsvorm, of het recht snijden van randen van ingebonden stripbladen tot een bundel.

Vertelstandpunt
Het vertelstandpunt of vertel perspectief van het verhaal is vanuit welke persoon het verhaal verteld wordt: de eerste, de tweede of de derde persoon (de schrijver). Wanneer vanuit een ik-perspectief verteld wordt bestaat de informatie vooral uit gedachten en gevoelens, terwijl minder zichtbaar is wat andere personen voelen en denken. Vanuit de tweede persoon worden meer handelingen en gebeurtenissen beschreven, terwijl vanuit het standpunt van de schrijver meer informatie wordt gegeven dan de hoofdpersoon zelf weet. (deelgebied verhaalopbouw)

Vertel tijd
De tijdsspanne welke door de gebeurtenissen van het verhaal in beslag worden genomen (deelgebied Verhaalopbouw)

Vertelde tijd
In welke geschiedkundige periode het verhaal zich afspeelt. (deelgebied Verhaalopbouw)

Vervolgverhaal
Subgenre van Vormgerichte strip met een stripverhaal dat in delen periodiek verschijnt in een tijdschrift of dagblad; veelal enkele stroken, hele pagina of een aantal pagina's van een compleet verhaal, met karakteristieke kenmerken voor montage en verhaalopbouw.

Verzamelaars
Stripgeïnteresseerden die uit belangstelling en bewondering beeldverhalen bijeenbrengen, met het doel om iets unieks te bezitten, de geschiedenis van een thema weer te geven, interesse bij anderen op te wekken, uit nostalgie of als financiële belegging.

Verzamelen
Bijeenbrengen van verzamelobjecten die een uitgesproken relatie met elkaar hebben betreft thematiek, waarin gestreefd wordt naar compleetheid en toraaloverzicht en de verzamelaar zelf deze afbakening bepaalt. (deelgebied Verzamelen)

Verzamelobjecten
Materiële zaken die de belangstelling hebben van verzamelaars wegens de thematische kenmerken waarvan de verzamelaar een collectie kan aanleggen: albums, striptijdschriften, secundaire literatuur, original artwork, afbeeldingen, curiosa, collectoritems, cyber-items, videoducumentaires, knipsel. (deelgebied Verzamelobjecten)

Vlaamse humor
Subgenre van Humorstrip met typische Vlaamse, volkse, knotsgekke, kolderachtige en dikwijls absurde en totaal irrationele humor, met vaak bijtende satire naar de (toenmalige) actualiteit vooral in de beginperiode van de Vlaamse School.

Vlaamse School
Stroming met op de krantenstrip gestoelde strip voor een jeugdig publiek, met een familiair karakter en kinderen in de hoofdrol, met volkse vaak bijtende humor (inhakkend op sociale, politieke en economische toestanden) en grappige holderdebolderscenario's in een ronde Klarelijn stijl. Deze meesters publiceerden in Ons Volk, Ons Volkske, 't Kapoentje en Kleine Zondagsvriend. Eerste generatie beoefenaren van de Vlaamse School zijn: Vandersteen, Sleen, DeMoor, Demoen, en van de tweede generatie: Nys, Berck en Jean-Pol, derde geberatie: Merho (DeLaet)

Vluchtpunt
Tekentechniek om perspectief aan te geven, een punt op de horizon waarin alle van de toeschouwer af lopende lijnen lijken te verdwijnen (zie perspectief).

Vooroordelen
Voorbarige meest afwijkende oordelen over beeldverhalen, zoals leesluiheid, miskenning als boek, geweldbevorderend, kinderstripniveau, wansmaak massalectuur, misdaadbevorderend, fantasieremmend, verarming woordenschat, beeldcultuurverslaving e.d. (deelgebied Vooroordelen)

Vormkenmerken
Kenmerken die specifiek zijn voor het medium stripverhaal, zoals tekenstijl, kleurgebruik, plaatindeling, montagetechnieken in combinatie met teksten, die de lezer toegang geven tot het verhaal (= stijlmiddelen) (Baetens)
Vormkenmerken waarmee het stripverhaal zich echt onderscheidt van andere media zijn: de integratie van tekst en beeld, leesritme, perifere beeldveld.

Walgfun
Subgenre van Humorstrip  met ruige humor, vaak verbeeld in plastische banale afbeeldingen als puistige wellustelingen, fallus gigantismr of aërodynamische fecaliën.

Webcomic
Een stripverhaal dat gepubliceerd is op het internet. (deelgebied Verschijningsvorm)

Western strip
Historische strip waarin de trek naar het Wilde Westen van amerika wordt verbeeld van Europese emigranten, ook wel frontier 1775 - 1850 genoemd, om de Nieuwe Wereld te stichten ten koste van indiaan en natuur. De frontier bestond uit misdadigers, pelsjagers waarop revolverhelden zijn gebaseerd.
Polpulair cowboy verhaal welke zich afspeelt van 1850 - 1890, bv Amerikaanse Burgeroorlog (1861 - 1865), een conflict tussen de geïndustrialiseerde Noordelijke en de agrarische Zuidelijke staten van de VS, met economische motieven en verzet tegen de slavernij.

Wordt vervolgd
Aankondiging van de voortzetting van een strip welke in afleveringen verschijnt als vervolgverhaal, onder het laatste plaatje van de aflevering wordt de tekst "Wordt vervolgd" weergegeven (to be continued). (deelgebied Stripreeks)

Yellow Kid
Dit figuurtje, dat voorkwam in de pagina grote humoristische cartoons met de titel "Down in Hogan's Alley", werd in 1895 gecreëerd door Richard F. Outcault voor het dagblad The New York World van Joseph Pulitzer. Vanwege zijn enorme populariteit kocht William Randolph Hearst, de rijke krantenmagnaat van The New York Journal in 1986 de tekenaar weg bij Pulitzer. Het figuurtje trad daarna op in de weekelijkse bijdrage van The New York Journal "The American Humorist". Maar ook de publicaties in The New York World gingen gewoon door, door een ander team. In de concurrentieslag om de gunst van de lezende immigranten, ontwikkelde cartoons zich tot de moderne strip op de golven van de sensatiepers waarvan Hearst de motor was, door de onmetelijke experimentele vrijheid. The Yellow Kid zoals de cartoon bekend werd , is altijd een cartoon gebleven, ook al is er mythevorming rondom het karakter opgetreden. The Yellow Kid is geen strip, niet de eerste krantenstrip, niet de eerste strip in kleur, niet de eerste periodieke strip, niet de eerste balloenstrip. Ook de reden waarom het nachthemd van de Yellow Kid geel is (ook groen, roze, blauw), het uitproberen van een nieuwe kleur geel door de drukker berust op een mythe. De Yellow Kid kan beschouwd worden als de kiem van de moderne strip in de Verenigde Staten, meer vanwege zijn commerciële succes dan vanwege de primeur van allerlei vormkenmerken van het stripverhaal. Door The Yellow Kid nam de populariteit van krantenstrips enorm toe en kon het beeldverhaal zich snel ontwikkelen door de experimentele vrijheid die de auteurs kregen om de gunst van de lezers, de Amerikaanse immigranten.

Zeldzaamheid
Het sporadisch voorkomen van een album op de markt veroorzaakt door een beperkte oplage, streekgebondenheid, duurzaamheid van papiersoorten (conservering), de mate waarin het album verzameld wordt. (deelgebied Verzamelen)

Zuil van Trajanus
Een zuil in Rome met een naar beneden spiraliserend reliëf over de veroveringen van Marcus Ulpius Trajanus, opvolger van Nerva en Romeins keizer van 98 -117, de eerste keizer uit de provincie en eerste adoptief-keizer, een bekaam veldheer en bestuurder. (deelgebied semi-voorlopers)

Zwart-Wit techniek
Tekentechniek bedoeld voor strips welke in zwart-wit worden uitgegeven met veel licht-donker contrasten, schaduweffecten, composities met zwart-wit vlakverdeling en scherpe lijnvoering.



Bronvermelding


BAETE011
Strips ander lezen.
Jan Baetens & Pascal Lefèvre
Sherpa / BCB 1993
ISBN 9072995651

BUDDE
Tekenen en Schilderen
Marleen Buddemeijer, Hennny van der Eng & Sonja Suk
Stichting Teleac 1986 ism Uitg. Muusses, Purmerend
ISBN 9065330348 (Teleac)
ISBN 9023180534 (Uitg. Muusses)

DELAE009
De Vlaamse Stripauteurs.
Danny DeLaet
De Dageraad, Antwerpen 1982
ISBN 906371131X

FUCHS002
Strips. Anatomie van een massamedium.
Wolfgang J. Fuchs & Reinhold C. Reitberger
A.W. Bruna & Zoon, Antwerpen 1974

GOMPE004
Strips. AHA !
Patrick van Gompel & Ad Hendrickx
Standaard Uitgeverij 1995
ISBN 9002196083

KOPPE
Kinderen leren tekenen.
Paul Koppers en Willebrord de Winter
Cantecleer 1982
ISBN 9021330016

KOUSE004
Wordt Vervolgd. Stripleksikon der Lage Landen
Kees en Evelien Kousemaker
Spectrum, Utrecht 1979
ISBN 9027489408

MCCLO001
Understanding Comics. The invisible art.
Scott McCloud
Kitchen Sink Press 1993
ISBN 0878162437

MOHLM005
Prins Valiants Zwartboek over plagiaat.
Rob Mohlmann
Drukwerk, Amsterdam 1982
ISBN 9063330359

OTTEN001
Kuifje in Concreto. Catalogus 1946 - 1960
Peter Ottens
Eigen Beheer, Delft 1992

SLIEP001
Terminologie van het Beeldverhaal
Alex Sliepenbeek
Eigen Beheer, Kerkrade 2003

WAUTE001
Zo wordt een strip gemaakt
Jos Wauters
Arboris 1985
ISBN 9034320707
6.4 Terminologie
Terminologie
Comic book Reference Bibliographic Datafile
4
Home
1
2
3