6.1 Terminologie

inleiding
Dit overzicht is een beknopte weergave van de terminologie uit het eerste standaard woordenboek van de Terminologie van het Beeldverhaal (2003 Alex Sliepenbeek) in de Nederlandse taal. Vele technische begrippen die te maken hebben met het stripverhaal worden op een beknopte en eenduidige wijze omschreven. Hiermee zijn stripbelangstellenden beter in staat om onderling te communiceren over de achtergronden van stripverhalen.
De terminologie laat de complexiteit van beeldverhalen op een structurele manier zien en daarmee ook het grote belang van het stripverhaal als cultuuruiting en kunstvorm.
Dit overzicht van vaktermen is enerzijds bedoeld als studiebron van het beeldverhaal door stripkenners, stripjournalisten, striptheoretici; anderzijds bedoeld voor eenieder die meer wil weten over de achtergronden van het beeldverhaal. Hier volgen 246 van de 1500 lemma's aangevuld met tientalle nieuwe omschrijvingen :
Aardsego
Geheime identiteit die door een superheld / superschurk is aangenomen (secret identity, Alter ego), waardoor de superheld / superschurk  in staat is om een veilig en sociaal geaccepteerd bestaan op te bouwen tussen gewone stervelingen, zonder continue bedreigd te worden. (deelgebied superhelden aspecten).

Abstracte lijnvoering
Tekentechnische stijl welke in de eerste plaats expressionistisch is en door het afwijken van het realistische beeld gevoelens en symboliek krachtig overbrengt, ook voorkomend in scènes (bv. droomscènes) bij realistische strips.

Absurdisme
Subgenre van Humorstrip die zich distantieert van logische opbouw, strijdig is met de rede en daardoor volkomen dwaas.

Actiescène
Een scène waarin gebeurtenissen zich snel opvolgen, veel beelden worden gebruikt om actie en beweging weer te geven met een opgedreven ritme dat beknopt, afwisselend en gedetailleerd in beeld wordt gebracht vanuit verschillende ooghoeken, met korte dialogen. (deelgebied Compositie)

Adventure age of comics
Comicperiode 1929 - 1937 waarin de eerste avonturenverhalen hun intrede deden zoals Tarzan (1929 Foster), Buck Rogers (1929 Calkins, Dille), Flash Gordon (1934 Alex Raymond), Prince Valiant (1937 Foster). Met dit nieuwe genre werd gebroken met de Funny-style.

Afbeelding
Een visule statische voorstelling ingedeeld naar type van de inhoudelijke voorstelling en verkregen door een bepaalde (druk) techniek. Illustratie, kinderboekillustratie, prent, themaprent, kerstwens, kinderprent, politieke prent, karikatuur, cartoon, reclameprent, striptekening, ex-libris. (deelgebied Afbeeldingen)

Afgeleide producten
Stripgerelateerde afbeeldingen, curiosa en secundaire literatuur.

Album (a)
Subgenre van Verschijningsvorm van een publicatie meestal in de Europese Standaardmaat voor stripboeken ( h x b: 29 x 22 cm), bevattende 48 blz. met een volledig verhaal, enkele korte verhalen of een episode uit een minireeks.

Albumbespreking
Recensie van een stripalbum (deelgebied Referentie liteatuur).

Albumsplitsing
Uitgevertechniek waarbij een stripalbum dat oorspronkelijk als een deel werd uitgegeven, opgesplitst wordt in meerdere albums waardoor het voor de uitgeverij  rendabeler wordt om deze uit te geven. Tegengesteld aan de integrale uitgave.
(deelgebied Uitgevertechnieken)

Alternatieve tijdlijnen
Subgenre van science fiction strip waarin de geschiedenis net iets anders verlopen is dan ons bekend. Geschiedkundige gebeurtenissen volgen een ander patroon, terwijl er bij de lezer toch sprake is van herkenning. Vaak treedt technologie op als een anachronisme. De tijdlijn kan zich ook in de toekomst voorzetten en al dan niet veroorzaakt worden door tijdreizen. (deelgebied Genre)

Alternerende montage
Montage waarbij verschillende scènes door elkaar heen gemonteerd worden volgens een schema. Scènes wisselen elkaar op een ritmische wijze af, bv volgens een verticale plaatindeling, dambordvormige plaatindeling of een doorlopende gecombineerde scène. (Lefevre)

Anthologie
Referentie literatuur met een overzicht van een stripauteur  in de vorm van een selectie van gedeelten van zijn werk, bloemlezing.

Antiheld
Stripfiguur die als reactie op het stereotype beeld van de held in de traditionele stripverhalen, afwijkt qua uitbeelding, gedrag, opvattingen enz. van wat gebruikelijk was.

Atomic Heroes
Subgenre van Superheldenstrip waarin de superheld zijn kracht ontleent aan nucleaire energie, doordat hij ooit hiermee (bewust of onbewust) in contact is gekomen. Een genre uit de 50er jaren toen atoomenergie voor het publiek nog een mysterieus begrip was.

Atoomstijl
Tekentechnische stijl met heldere, hoekige maar toch vloeiende klare lijnen met een design decor uit de jaren vijftig, naoorlogse Art Deco.
(Gompel)

Auteurspecial
Hoofdcategorie van Referentie literatuur met achtergrond informatie waarin specifieke aspecten van een auteur en diens werk worden belicht. Subcategoriën bestaan uit: biografie, dossieralbum, dossierkatern, interviewboek, monografie, prentenboek.

Balloen
Meestal een ellipsvormige omlijnde ruimte waarin de tekst komt te staan, die blijkens een staartje behoort bij een bepaald figuur (praatballoen) waardoor personages onderling communiceren en de lezer informatie krijgt, met meerdere expressie mogelijkheden. (deelgebied Taal).

Beeldaspecten
Ruimte, licht en kleur zijn de drie beeldaspecten die onlosmakelijk verbonden zijn met het creëren van een beeld. Geen van deze drie kan wegvallen, zou dat gebeuren dan is er geen werkelijkheid meer over. Ruimte wordt bepaald door het standpunt, de uitsnede, compositie en ruimtelijke suggestie. Licht in een beeld wordt gecreërd door de lichtbron, de lichtrichting, lichtsoort, schaduw, contrast, plasticiteit, spiegeling, sfeer en toon. Kleur ontstaat door kleurstoffen, soorten kleur, contrasten en kleurfamilie. (Koppers)

Beeldcultuur
Ontwikkeling in de kunst aan het einde van de 19e eeuw, waarin nieuwe media als fotografie, film, stripverhaal en moderne beeldende kunst gelijktijdig ontstonden. (deelgebied Kunstbegrip)

Beeldelementen
Onderdelen waarmee een tekening of schilderij zijn opgebouwd. De zes beeldelementen zijn: lijn, vorm, kleur, toon, beweging en perspectief (deelgebied Beeldelement).

Beeldfragment
Een onderdeel van een plaatje dat een bepaalde functie heeft in een bepaalde verhaallijn (deelgebied Beeld).

Beeldkader
De omlijning van het afzonderlijke plaatje, grafische vormgeving van de verschillende kaders. Verschillende soorten van ramen, omlijstingen waarin het beeld wordt gebracht, welke kunnen wisselen in formaat en vorm al naargelang het in het verhaal te pas komt. (deelgebied beeldkader)

Beeldopbouw
Optische presentatie van beelden, zoals camera-instelling en -beweging, perspectief, montage. (deelgebied Beeldopbouw)

Beeldrelatie
Het oproepen van de herinnering aan andere beelden, zodat er structurele verwijzingen onstaan naar andere delen van een stripalbum
(Zie Translineairiteit, lineaire beeldrelatie, omkering, semantiek, herhaling, eindrijm, topologische verbanden, perigrafische translineairiteit)

Beeldsymbolen
Betekenisleer betreft tekens die in de tekening zijn opgenomen en de lezer door hun symboliek aanvullende informatie geven over wat er met de stripfiguur gebeurt, of hoe hij zich voelt, bv. donder en bliksem wolkjes (woede), bewegingslijnen, sterretjes rondom hoofd (pijn). (Wauters)

Beeldtaal
Betekenisleer betreft de zeggingskracht van een beeld of een reeks beelden, de wijze waarop compositie, beeldregie en dramatische uitdrukking de interpretatie van de kijker stuurt (grafische expressie).

Beelduitsnede
De wijze waarop uit een voorstelling de handeling, houding en omgeving worden geïsoleerd uit het grotere geheel en dit binnen een kader gebracht wordt, als onderdeel van een reeks beelden die een voortschrijdende handeling laten zien (deelgebied Beeldopbouw).

Beeldverhaal (g)
Een visuele vertelling die wordt overgebracht door een reeks getekende, statische afbeeldingen met een onderling samenhang. Het beginsel dat een reeks afbeeldingen voortschrijdende handelingen laat zien vormt de basis voor de taal van de strip (Groensteen). (deelgebied Definitie)

Beeldvloek
Betekenisleer betreft een symbool bestaande uit een icoon welke een scheldkanonnade uitbeeld, zoals doodshoofden, dierenkopjes, hondendrollen, fallussen en agressievere iconen zoals afgeschoten wapens, seizen en sikkels en andere dreigende afbeeldingen.

Belgische School
Generaliserend begrip voor stripauteurs afkomstig uit België, meestal worden hier de auteurs mee bedoeld die vooral voor stripbladen plubliceren, de Brusselse bladen. De groep stripauteurs, Martin, Jacobs, Tibet, De Moor, Funcken e.a. die allen voor het weekblad Tintin realistische stripverhalen tekenden en de auteurs die voor Spirou tekenden: Jijé, Paape, Hubinon, Sirius, Graton, Attanasio, Tillieux, Remacle, Franquin, Roba. (deelgebied Stromingen)

Beschouwing of Essay
Een essay is een beschouwende prozatekst of een artikel voor krant en tijdschrift, waarin de schrijver op een wetenschappelijk verantwoorde wijze zijn persoonlijke visie geeft op hedendaagse verschijnselen, problemen of ontwikkelingen. (deelgebied vakliteratuur) zie ook: Reeksbespreking.

Bewegingslijnen
Tekentechniek om beweging, snelheid en richting te suggereren in een stilstaand beeld door het tekenen van onderbroken lijntjes achter een fictief bewegend voorwerp (speedlines, zoeflijn, action lines, krollebitchkes)

Bibliografie (b)
Referentie literatuur met een opsomming van boeken, artikelen, beeldverhalen of curiosa, welke is samengesteld door een stripliefhebber rondom een bepaald thema zoals auteur, stripfiguur, genre, reeks.

Bilderbogen
Duitse centsprenten, zoals de zeitungsbilderbogen als bijlage van Fliegende Blätter (Uitg. Braun & Schneider, München 1860 - 1870) of van de Hamburger Tageszeitung (1870 - 1880), welke eerste ook sinds 1857 in het engels naar de VS geëxporteerd werd. Ook Wilhelm Busch heeft een grote bijdrage aan de Bilderbogen geleverd.

Biografie
Referentie literatuur  betreft een levensbeschrijving van een auteur of stripfiguur waardoor inzicht verkregen wordt in het tijdsbeeld waarin de strip is ontstaan en de totstandkoming van zijn oeuvre.

Bladindeling
Paginacompositie (bladschikking), waarbij door gebruik van verschillende formaten en vormen van beeldkaders een esthetische samenstelling wordt gemaakt, rekening houdend met het verhaalritme en de leesbaarheid.

Bleed
Het beeld valt over de rand van de pagina of kader, full-bleed wil zeggen dat het beeld aan alle zijden over de rand van pagina of kader heen valt.

Buitenbeelds geluid
Het waarnemen van een geluid terwijl de bron ervan niet zichtbaar (onbekend) is, meestal weergegeven door een onomatopee. (deelgebied verhaalopbouw)

Camee
Een panel waarin de afbeelding meerdere betekenissen heeft, doordat de tekening verschillende lagen heeft die apart gelezen kunnen worden. Meestal een door de auteur aangebrachte verwijzing in slechts één panel naar iets anders, zoals bekende personen (redactieleden, auteurs, politici etc.), gebouwen, kunst, geschiedenis, collectieve beelden enz. (cameo). (deelgebied Verwijzing)

Cell-shading technique
Montagetechniek waarbij in een speelfilm technieken worden toegepast welke karakteristiek zijn voor het beeldverhaal, zoals simultane kaders, inzetten, spiltscreen, en deze door schuiven of zoomen te gebruiken als scène overgangen.

Censuur
Door externe pressie of regelgeving niet de mogelijkheid hebben, al of niet gedwongen (zelfcensuur), om naar eigen inzicht een verhaal in een strip te verbeelden. (deelgebied Censuur).

Chromo
Genummerd plakplaatje of kleurvignet, uitgegeven in een reeks naar een bepaald thema en als collectie verzameld kan worden in een chromoalbum / plaatjesalbum, zoals Kuifje chromo´s: Reinaert de Vos in 5 reeksen van 40 kleurvignetten (1951). (deelgebied Beelddrager)

Citatenboek
Subcategorie van Referentie literatuur met een stipfiguurstudie met een verzameling van uitspraken die taalkundig vernieuwend of vermakelijk zijn , dan wel een ondersteuning vormen voor een bepaalde stelling of zienswijze. (deelgebied stripstudie)

Cliffhanger
Speciaal spanningsmoment op het einde van een afbeelding (het afbreken van een scène in een kritieke fase), bij dagstrips bedoeld om de lezer nieuwsgierig te maken naar het vervolg. (deelgebied scenario)

Commercieel Plagiaat
Plagiaat met als doel het goedkoop vervaardigen van betrekkelijk goed (namelijk overgetrokken) stripmateriaal. (Möhlmann)

Comic Code
Regelgeving over de inhoud van beeldverhalen door een speciale commissie, zoals de Comic Code Authority CCA in 1954  ontstaan als reactie van moreeltrouwe bevolkingsgroepen op gewelddadige en seksuele comics. (deelgebied Censuur)

Comicheft
Duitse benaming voor stripalbum. (deelgebied verschijningsvorm)

Comic Perioden
Periode indeling in de VS  vermeld in de Overstreet Comic Catalogue:
1828 - 1896 Victorian Age
1897 - 1938 Platinum Age
1939 - 1945 Golden Age
1946 - 1956 Atom Age
1957 - 1972 Silver Age
1973 - 1985 Bronze Age
1986 - 1992 Copper Age
1993 - 1999 Chrome Age

Comic Standard
Albumformaat voor stripalbums in de engelstalige landen met een afmeting van 26,0 x 17,5 (h x b), met een marge van 1 cm, het halve (tabloid) formaat van een dagblad in de VS, bv. ´Funnies on Parade´ (1933 Eastern Color Printing of Waterbury) het eerste album op comic standard formaat (Fuchs blz. 23).

Cross Over
Subgenre van Collector-item strip waarbij superhelden uit verschillende reeksen samen in een verhaal optreden. (Hero Cross-over, Mega Cross-over, intercompany Cross-over)

Cyberpunk
Subgenre van Science Fiction strip waarin een toekomstfantasie wordt verbeeld met een grensoverschrijdende combinatie van computertechnologie en genetische manipulatie, voor het eerst geïntroduceerd door de SF/auteur William Gibson.

Dagstrip
Subgenre van verschijningsvorm met een dagelijks verschijnende strip in een krant.

Deadline Plagiaat
Plagiaat waarbij de tekenaar onder druk van een inleveringstermijn, vooral bij publicatie in dagbladen, auteursrechtelijk beschermd materiaal overneemt. (Möhlmann)

Decoupage
Een uitwerking van de synopsis tot een draaiboek door het inbouwen van intermezzo´s, gags en spanningselementen, waarbij elk panel wordt vastgelegd zowel wat de tekening als de teksten betreft, door het volledig uit te schrijven of uit te tekenen (paneelbeschrijving of script). (deelgebied Scenario) (Wauters)

Deelgebieden van de Stripologie
Onderzoeksgebied van historici, theoretici, uitgevers, markt-onderzoekbureau´s e.d. die afhankelijk van hun doelstelling beeldverhalen bestuderen. Elk gebied wordt benoemd met een overkoepelend begrip voor een aantal onderling verwante begrippen (deelgebied Studie)

Diagonale beeldcompositie
Beeldcompositie met diagonale zwaartepunten waar het ook van de kijker direct op valt, een variant hierop is de dubbele diagonale beeldcompositie. (deelgebied Compositie)

Dieptewerking
zie Perspectief

Distributie
Verspreiding van albums en striptijdschriften vanaf de uitgeverij over stripspeciaalzaken, grootwarenhuizen, supermarkten en boekhandelaren door een gespecialiseerd bedrijf. (deelgebied Uitgevertechnieken)

Dojinshi
Manga en anime die door fans zijn gemaakt en dat in het japans betekent "publicatie gelijkgestemden".

Draaikolkcompositie
Paginacompositie waarbij de plaatjes (panels) naar binnen draaien op golven, als een draaikolk van de buitenrand naar het midden van de pagina, de lezer moet het album meedraaien om de de dialoog te blijven volgen (Grembergen)

Druk
Een oplage van identieke boeken. Alle exemplaren van een strippublicatie die als groep zijn gedrukt. Een druk kan bestaan uit één of meer edities (bv. reguliere SC-editie, HC-editie en Luxe editie). (Otten)

Ecologische horror
Subgenre van Fantasystrip waarin de natuur die door de mens vernietigd word, gepersonificeerd wordt en als individu milieu onvriendelijke plannen verijdelt of wraak neemt op de agressor.

Editie
Een alleenstaande druk, of een druk waarbij de boeken zijn gewijzigd te opzichte van de vorige druk (deelgebied Uitgave). (Otten)

Editie-onderzoek
Referentieliteratuur met een stripfiguurstudie naar de verschillen tussen verschillende edities van een bepaald stripverhaal met betrekking tot: kleurgebruik, vertaling, plaatverschillen, censuur, beeldregie, verhaalversies enz.

Editieverschillen
Verschillen die bewust binnen een alleenstaande druk zijn aangebracht betreft compositie en op grafisch gebied (vergelijk variant, versie). (deelgebied Uitgave)

Eindrijm
Beeldrelatie betreft beeldrijm met een rijmschema waarbij de laatste panels van een hoofdstuk of scène aan elkaar gelijk zijn of een sterke overeenkomst hebben. Eindrijm brengt de panels los van de normale lineaire beeldrelatie, met elkaar in verband.

Essay
zie voor Strip Essay : beschouwing

Esthetische verarming
Vooroordeel als zouden strips van slechte kwaliteit zijn: clichématig, schematisch, massalectuur, eenvoudige voorgekauwde informatie, zonder literair gehalte en de eenheidsworst van lange reeksen. Echter kwaliteitstrips hebben veel te bieden, bv. meerdere verhaallijnen, complexe structuur, esthetische vormgeving.

Expressionisme
Kunststroming in de 20e eeuw waarbij de kunstenaars vooral de mogelijkheden van de kleur hebben uitgebuit. De kleur wordt niet langer objectgebonden gebruikt. De schilder kiest de kleur die het beste uitdrukking geeft aan een bepaald thema en bij deze keuze speelt het gevoel over die kleur een belangrijke rol. De vorm van de dingen wordt vervormd. Ook hier speelt het gevoel een belangrijke rol. (deelgebied Kunststroming) (Koppens)

Facsimilé album
Speciale uitgave met een nauwkeurige nabootsing van de eerste uitgave van een stripalbum of van de oorspronkelijke stroken zoals de strip voor het eerst is verschenen in een dagblad, uitgebracht in een album.

Fantasy
Genrehoofdgroep van beeldverhalen die zich afspelen in een bedachte wereld met sprookjesachtige en bovennatuurlijke elementen. De thema's draaien om de eeuwige strijd tussen goed en kwaad en de queeste van de hoofdpersoon naar een graal of een persoonlijke ontwikkeling, vaak gecombineerd met een onmogelijke opdracht (Hans van Soest, Zl 152 blz.6)

Fantasygidsen
Vakliteratuur met een verhandeling waarin de interne wereld van een bepaald beeldverhaal toegelicht en uitgediept wordt, op een zodanige wijze dat de lezer de indruk krijgt dat het om de realiteit gaat, bv. Gids der Duistere Steden (Schuiten - Peeters) (deelgebied Stripfiguur studies)

Fanzine
Tijdschrift waarvan de naam een samentrekking is van fan en magazine, een informatie tijdschrift voor stripliefhebbers rondom een auteur of stripheld. (deelgebied Informatie tijdschriften)

Fill-in issue
Een scenarist van een comicreeks schrijft een speciaal verhaal voor een gasttekenaar.  (deelgebied Genrebegrippen)

Filmeditie
Boek met foto's uit de verfilmde versie ervan, in geval van stripverfilming behoort dit tot de secundaire literatuur.
Comic book Reference Bibliographic Datafile
1
Terminologie
Home
2
3
4